Augustijns Historisch Instituut

Wat kunnen wij voor de doden doen?

Wat kunnen wij voor de doden doen? [De cura pro mortuis gerenda] / Aurelius Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Jan den Boeft en Hans van Reisen. – Budel: Damon, november 2010; 3de gewijzigde druk. – ISBN: 978-94-6036-071-8, –  € 14,95
( 1ste druk : augustus 2004 ; 2de dr. 2007. – ISBN: 90-5573-550-7).  In de 3de druk zijn de eindnoten vervangen door voetnoten.
Ook verkrijgbaar op het Augustijns Instituut – Studiesecretariaat.

[flaptekst] De liefdevolle verzorging van het stoffelijk overschot van een overledene is een natuurlijke neiging van normale mensen. De bijbel bevat ettelijke voorbeelden en gelovigen worden erdoor herinnerd aan de belofte van de lichamelijke opstanding. Dit impliceert niet dat begrafenisrituelen voor de overledene volstrekt onmisbaar zijn. Dan zouden mensen van wie het lichaam door allerlei omstandigheden niet begraven kan worden in het nadeel zijn. Overledenen zijn echter altijd in Gods handen. Voor een gelovige brengt zelfs totale vernietiging van zijn lichaam geen onherstelbaar nadeel met zich mee. Wat christenen kunnen en moeten doen is bidden voor een overledene. Dit gebed heeft effect wanneer de overledene een goed leven heeft geleid. In de tweede helft van het het geschrift bespreekt Augustinus een verwante materie. Mensen dromen dat overleden personen waardevolle aanwijzingen geven en ze denken dan dat er een dode is verschenen. Dat is een misverstand: we dromen immers ook over levenden die aanwijsbaar elders zijn, soms zelfs ver weg. In een droom ziet men slechts gedaanten die op de doden of levenden lijken.

Augustinus leefde van 354 tot 430 en was bijna veertig jaar lang bisschop van Hippo Regius aan de Noord-Afrikaanse kust. Omstreeks het jaar 423 schreef hij een mooie brief aan een bevriende collega. Eerder had die aan Augustinus enkele intrigerende kwesties voorgelegd, omdat hij door een weduwe dringend was verzocht haar overleden zoon op een bijzondere plek te laten begraven. Haar verzoek was gehonoreerd, maar de bezorgde medebisschop bleef toch met enkele vragen zitten en had behoefte aan ruggespraak met Augustinus.
In zijn reactie zoekt Augustinus antwoord op vier problemen:
    – Maakt het wat uit of je een gestorvene begraaft of cremeert? En zo ja, voor wie?
    – Wanneer je een overledene begraaft, maakt het dan enig verschil waar je dat doet? En zo ja, voor wie?
    – Heeft het zin om voor overledenen te bidden?
    – Wat moet je ervan denken wanneer een dierbare gestorvene in je dromen verschijnt? 

INHOUD
Inleiding 7
Begraven of cremeren 8
Aanleiding en inhoud van de brief 10
Dromen over doden 14
Bijbelgebruik en vertaalwijze 19
Beknopte literatuurlijst 22
Vertaling De cura pro mortuis gerenda 23
Lijst van gebruikte afkortingen 70
Personalia vertalers 71