Augustijns Historisch Instituut

De maagdelijkheid

De maagdelijkheid. De totale toewijding aan God / Augustinus ; vert. en ingel. door Anne-Marijke Silvius-Janssen. – Brugge: Tabor, 1988. 113 p. – ISBN: 90-6597-004-5.
Uitverkocht

In 389 wordt Jovinianus, een uitgetreden monnik die beweerde dat een ascetisch leven van vasten en onthouding zinloos was, door paus Siricius buiten de Kerk geplaatst. In 392 wakkerde Hiëronymus de aandacht hiervoor aan met zijn werk tegen Jovinianus waarbij hij zo fel op de aanvallen tegen de maagdelijkheid reageert, dat er van het huwelijk weinig scheen over te blijven. Jovinianus plaatst namelijk de verdienste van de godgewijde maagden op één lijn met de kuisheid van het huwelijk. Als de ideeën van Jovinianus gevaarlijk gaan worden voor de religieuzen in Noord-Afrika, schrijft Augustinus eerst een werkje Over het goede van het huwelijk (401) en direkt daarna de pendant, een tractaat Over de maagdelijkheid (401). Hij doet zijn uiterste best de gulden middenweg te bewandelen. Beide werken horen bij elkaar al liggen de accenten anders.

INHOUD

Inleiding 5-38
De maagdelijkheid 39-108
Inhoudsopgave 109-113