Augustijns Historisch Instituut

Tegen de academici

Tegen de academici [Contra academicos] / Augustinus; ingeleid, vertaald en geannoteerd door O.L.J. Albers. – Baarn: Agora,1999. – ISBN: 9039107920 = Kapellen: Pelckmans, 1999. – ISBN: 90-28927565
Uitverkocht.

[flaptekst] In de zomer van 386 trok Augustinus (354-430) zich met enkele vrienden en familieleden terug op het landgoed in Cassiciacum. Daar werd de tijd doorgebracht met literatuurstudie en filosofische gesprekken. Sommige van die gesprekken zijn op schrift gesteld en bekend geworden als de ‘dialogen van Cassiciacum’, waaronder ook Contra academicos oftewel Tegen de academici.
   In deze dialoog onderzoekt Augustinus samen met zijn gesprekspartners de leer van de Academici, de filosofen van de Nieuwe Academie van Plato, die van oordeel waren dat men aan alles moest twijfelen. Waar het ehter volgens Augustinus, ook in het wijsgerig denken, om zou moeten gaan is ons leven, onze moraliteit, onze ziel en ons geluk. De Academici lopen hem wat dit betreft voor de voeten. Zij ontkennen dat het de mens gegeven is de waarheid te kennen. Hun scepticisme maakt een mens, in Augustinus’ogen, tot een zwerver die doelloos in dit leven rondtrekt.
  Augustinus’ afrekening met de academische scepsis is ook voor lezers van deze tijd nog buitengewoon interessant. Zij raakt een kwestie die in het hedendaagse denken, met zijn heropbloei van het scepticisme in nieuwe gedaante, weer volop actueel is.

INHOUD:
Inleiding, p. 7
Literatuur, p. 31
Tegen de academici – vertaling en noten, p. 35
  Boek I, p, 37
  Boek II, p. 71
  Boek III, p. 109
  Nalezingen, Boek I, p. 169
Contra academicos – Latijnse tekst, p. 175
Register van namen, p. 241