Augustinus over de Liefde

Anoniem, Augustinus, Olieverf op paneel, 16e eeuw (Augustijnenklooster Sint-Stefanus, Gent)

Op 14 februari wordt de martelaar Valentinus van Rome herdacht. Hij leefde in de derde eeuw en werd gemarteld en onthoofd door keizer CLaudius II ook al had hij diens dochtertje haar zicht terug gegeven. Met de liefde werd hij pas geassocieerd toen zijn feestdag werd gekoppeld aan het Noord-Europese heidense vruchtbaarheidsfeest op 14 februari.

Maar Augustinus heeft ons wel gedachten over de liefde nagelaten. Laat ons beginnen met een beroemd citaat van Augustinus dat vooral vaak los en dus uit haar context wordt gebruikt. En dat is jammer.

Dilige, et quod vis fac:
sive taceas, dilectione taceas;
sive clames, dilectione clames;
sive emendes, dilectione emendes;
sive parcas, dilectione parcas:
radix sit intus dilectionis,
non potest de ista radice nisi bonum existere

Augustinus, preken over de Eerste brief van Johannes, preek 7,8 (Ep.Io.tr,7,8)

Bemin en doe dan wat je wilt:
wil je zwijgen, zwijg uit liefde,
wil je schreeuwen, schreeuw uit liefde,
wil je corrigeren, doe het uit liefde,
wil je vergeven, vergeef uit liefde.
Draag de bron van liefde in je hart,
want uit liefde kan alleen het goede voortkomen.

In context wordt duidelijk wat Augustinus bedoelt met dat ene regeltje. Tars van Bavel osa schrijft in een voetnoot in zijn boek Augustinus van Hippo, Preken over de Eerste brief van Johannes, p. 108: Met het woord “bemin” bedoelt Augustinus een waarachtige, authentieke liefde voor de medemens. Reeds deze eis tot authentieke liefde houdt een waarschuwing in, want het is lang niet zo gemakkelijk als men denkt, uit temaken wanneer onze liefde waarachtig is en wanneer niet. Al te veel mensen gaan lichtvaardig over deze vraag heen en vatten het woord “liefde” te vlug op in de gevoelsmatige betekenis van een spontane opwelling. Het zal echter duidelijk zijn dat een echt volwassen liefde – een liefde die nooit van mensen houdt als van verbruiksgoederen, maar die in welwillendheid en vriendschap helemaal gericht staat op het goed van de ander – zwaardere eisen stelt dan men op het eerste gezicht vermoedt.

… Elke liefde, zusters en broeders, sluit dus welwillendheid in. Want wij mogen en kunnen mensen niet beminnen of van hen houden … zoals een gastronoom verklaart: ik houd van gebraden lijsters. Waarom niet? Omdat de gastronoom er alleen maar op uit is om te doden en op te eten. Als hij zegt dat hij van gebraden lijsters houdt, dan houdt hij niet van de lijsters zelf, want die laat hij niet in leven, maar hij brengt ze om. Van voedsel houden we om het te verbruiken en zelf weer op kracht te komen. Maar mogen wij ooit van mensen houden als van verbruiksgoederen? Nee, vriendschap is een zaak van welwillendheid; vriendschap is willen geven aan hen die we beminnen. En als men niets heeft om te geven? Dat is niet erg, welwillendheid alleen is genoeg voor iemand die bemint.

Augustinus, Preken over de Eerste brief van Johannes, preek 8,5 (Ep.Io.tr, 8,5)

Men zal zich bij de liefde dus op de eerste plaats moeten afvragen of men de ander waardeert en tegemoetkomt juist als een andere, eigen persoonlijkheid. Dit veronderstelt steeds het doorbreken van de gerichtheid op het eigen ik en de beslotenheid rond dat ik.

Het tweede deel van de uitspraak “en doe dan wat u wilt” is dus in geen geval een vrijbrief voor ongebreidelde willekeur. In tegendeel, de hele wet van het christendom en alle eisen die daaruit voortvloeien zijn terug te brengen tot de liefde. De liefde omvat alle andere eisen van het leven en staat ervoor in, dat die eisen nageleefd worden. Wie echt liefheeft, kan nieets anders meer willen dan waartoe de liefde aanzet en dat zal noodzakelijk het goede zijn. Indien al wat men wil, overeenstemt met de liefde, kan men gerust zijn “aangezien uit de liefde niets anders dan goed kan voortkomen” (Ep.Io.tr, 7,8): “Bemin en u kunt niets anders dan goed doen” (Ep.Io.tr, 10,7). De slaaf van de liefde is tevens de meest vrije mens, omdat hij op een diepgaande manier bevrijd is van elk egoïsme, met alle grillen en onrechtvaardigheden daaraan verbonden.