Augustinusdag
Verslag van Augustinusdag 2011 Augustinus - Minnaar van Schoonheid
Het was een prachtige dag, zaterdag 24 september: stralende zon, en een mooi programma, de verwachtingen waren hoog gespannen.
Vaste prik is het onthaal met koffie in de hal van het klooster van de Augustijnen te Heverlee, waar het telkens weer een blij weerzien is van zusters, paters en geïnteresseerden. Dit jaar mochten we meer mensen ontvangen dan de vorige jaren, een fijne vaststelling!
De eerste spreker van de dag was pater Wim Sleddens. Hij leidde ons in in de ideeën van Augustinus over schoonheid, doorheen zijn leven, met als leidraad de eerste 9 boeken van de Belijdenissen. Houden wij van iets anders dan wat mooi is? Augustinus hield er in zijn jonge jaren een wijsgerige theorie over, dat we voor al van orde, harmonie, eenheid of innerlijke samenhang in dingen houden. Die orde of eenheid komt voort uit de dingen die we aanschouwen zelf, maar ook de schouwer moet zijn inspanning leveren: hij moet open staan voor de schoonheid in de dingen. Augustinus waarschuwt meteen voor de gevaarlijke kant van schoonheid: we mogen er niet zo door verblind raken, dat we niet zien wat er achter zit. Na zijn bekering, en door zijn studie van de Schrift nadien, komt daar een dimensie bij: de geestelijke schoonheid. Niet de uiterlijke schoonheid is het belangrijkste, maar datgene waar die schoonheid naar verwijst: de Schoonheid die God is, en waarnaar ieder schepsel verwijst. Pater Sleddens zei veel meer, en lardeerde het met prachtige voorbeelden, maar daarvoor verwijzen graag we naar de publicatie van deze studiedag.
Pater Pierre-Paul Walraet pikte de draad op waar Wim Sleddens hem liet liggen: in de laatste 4 boeken van de Belijdenissen kijkt Augustinus naar zichzelf zoals hij is, en beschrijft hij hoe hij dan in het leven staat, en zoekend is naar God, Schoonheid. Hij vraagt zich af wat hij lief heeft, als hij God liefheeft. Hij concludeert na een grondig vraag en antwoord spel, dat hij niet in het louter zintuiglijke lief heeft. Hoewel hij zich er terdege van bewust is, dat het wel via de zintuigen gebeurt. Augustinus heeft God lief in de ziel: hij heeft als het ware de naar God verwijzende schoonheid van de schepselen lief, juist door hun verwijzing naar God, die schoonheid is. Dan vraagt Augustinus zich af wie God dan wel is: hoe kan ik lief hebben wat ik niet ken? Maar waar is hij dan? Hij is niet buiten in de schepselen. Hij moet zich dus binnen in mij bevinden. In mijn geheugen. Ik moet God dus al kennen. Vanaf het moment van mijn bekering, mijn eerste ontmoeting met God, heb ik hem lief, hunker ik naar hem. Augustinus betreurt het, dat hij zo laat was: “Laat heb ik u lief gekregen”. Lang was hij verblind door de schoonheid van de dingen zelf, niet beseffend dat hij naar datgene waar ze naar verwezen op zoek was. Maar God is geduldig. Hij wacht op het moment dat de zoekende mens er klaar voor is, en dan kan deze Zijn roepen en schreeuwen, Zijn schittering en Zijn geur en smaak opmerken. En dan kan die mens er meteen ook niet meer omheen. Zo overweldigend is de Schoonheid van God. Ook pater Walraet zei het zoveel mooier dan hier kan worden neergeschreven, gelukkig hebben we zijn tekst in de publicatie staan.
Na deze twee prachtige en zeer leerrijke lezingen, was een onderbreking welkom: de eucharistieviering vond zoals gebruikelijk plaats in de kerk, waar het enige dissonante geluid dát was van de val van een stuk van het orgel.
Voor de maaltijd konden we weer rekenen op de volledige inzet van de ploeg enthousiaste vrijwilligers en de kok van de augustijnen te Gent. De maaltijd was heerlijk, en zeer soepel georganiseerd! Na de maaltijd was er gelegenheid om de boekenkast aan te vullen met publicaties van het Augustijns Historisch Instituut hier en Augustijns Instituut te Eindhoven, ook de Familia Augustiniana had haar stand.
Jan Christiaens, professor musicologie aan de K.U.L., wees ons erop dat men in onze geseculariseerde tijd meer en meer naar de kunst kijkt voor zingeving (“Kunst kan de wereld redden!”). Zeker muziek kan mensen in vervoering brengen, het spreekt ons onmiddellijk aan. Jan Christiaens gaf ons daar een verklaring voor: in plaats van een beschrijving te geven van emoties, als een soort momentopname, is muziek een vloeiende beweging in de tijd, precies zoals onze gevoelens een beweging zijn in de tijd. Als wij dan, gegrepen door de schoonheid van dat muziekstuk of dat lied, dan kunnen we twee dingen doen: blijven bij de schoonheid van dat lied, en blind blijven voor de Schoonheid die er achter zit, of verder gaan, en zoeken naar de Schepper. De muziek (en ieder schepsel) moet dus voldoende aantrekkelijk zijn voor de mens, zodat hij er door geraakt wordt, en de schoonheid ervan ziet, maar tegelijkertijd mag de schoonheid niet zo overweldigend zijn, dat enkel daarvan blijven genieten, en niet meer de behoefte voelen om verder te zoeken naar de perfecte Schoonheid waar het naar verwijst. Muziek waarvan de schoonheid slechts een imperfecte afspiegeling is van, verwijzing naar de goddelijke Schoonheid. Onmisbaar, maar niet ongevaarlijk! Augustinus erkent het gevaar, en laat het bestaan. De schoonheid mag niet afleiden van de diepere Schoonheid (zoals een psalmodie mooi illustreert) maar moet toch de aandacht voldoende grijpen (zoals het Alleluja overtuigend doet).
De werkgroep beseft dat het moeilijk wordt om volgend jaar een even sterke dag te programmeren, maar we doen ons best. U mag 22 september 2012 vast in uw agenda aanduiden.
Informatie over de eerstvolgende Augustinusdag vind je hier.






Recent Comments